Het perceel bij deze 2-onder-1-kap uit de jaren dertig heeft een merkwaardige vorm.
In de oude situatie vormde de grote "taartpunt" (linksboven op de tekening) aan de noordzijde van het huis geen eenheid met de voortuin. De donkere punt werd visueel en functioneel niet benut.
Gekozen is voor een oplossing waarbij een lange diagonaal de tuin doorsnijdt. Hierdoor wordt de donkere noordhoek bij de rest van de tuin betrokken. Hoge beukenhagen aan weerszijden van het lange pad geschermen de achtertuin af tegen inkijk vanaf de weg.
Op de zonnigste plek, in de voortuin, ligt een verzonken terras omgeven door hagen. Voor de bestrating is gebruik gemaakt van gebakken klinkers in combinatie met flagstones. De achthoekige vorm van het pleintje voor de ingang van het huis herhaalt zich in het terras en in de vorm van de bakstenen vijver in de voortuin. Langs het pad naar de voordeur groeit een haag van Enkianthus.
Halverwege de lange diagonaal groeit een rambler-roos boven de beukenhaag uit. Een enkel exemplaar van Rosa `Paul's Himalayan Musk Rambler' zorgt in de vroege zomer gedurende 10 tot 14 dagen voor zo'n 200 kubieke meter aan geurende bloemen.