Onmisbaar tuingereedschap
Goed gereedschap is echt het halve werk. Maar om het juiste gereedschap voor de juiste klus te vinden, dat is niet eenvoudig. Er is heel veel rotzooi op de markt, goedkoop gereedschap dat bij het eerste gebruik al kapot gaat maar ook duur gereedschap dat eigenlijk nergens voor dient. Wat je prettig vindt werken is natuurlijk heel persoonlijk maar de meest gebruikelijke tuingereedschappen en vooral de gereedschappen die ik persoonlijk onmisbaar vind zal ik hieronder beschrijven.
gereedschap voor grondbewerking
Allereerst heb je in de categorie `grondgereedschap' de `scheppen' en `schoppen' in heel veel verschillende vormen. In de volksmond worden de termen `schop', `schep', `spa(de)' en `bats' vaak door elkaar heen gebruikt maar zodra je in de tuin aan het werk gaat dan merk je dat de verschillende modellen met hun verschillende benamingen voor heel verschillende doeleinden geschikt zijn.
Om te spitten en om oude beplanting te verwijderen gebruik je een spade. Het blad moet scherp zijn en gehard. Je moet ermee door zware grond en wortels kunnen steken. Om er goed mee de grond in te komen moet je er goed je gewicht op kunnen zetten. Het blad moet daarom vrij recht in het verlengde van de steel staan. Ik geef de voorkeur aan een `draineerspade'oftewel `kabelspade' met opstapje en fibersteel. De steel is onbreekbaar en het opstapje zorgt ervoor dat je met je voet extra kracht kunt zetten zonder dat je de zolen van je schoenen kapot trapt. Het gewicht van het model dat ik gebruik is vrij fors. Dat stelt me in staat om de spade als het ware op zijn eigen gewicht de grond in te laten vallen om daar, bijna als een bijl, de wortels te doorklieven. Omdat het blad zo smal is, blijft het gewicht van de spade tezamen met de grond die je verplaatst, toch nog redelijk binnen de perken. Heb je kracht te over en heb je haast, misschien zou je dan met een spade met een breder blad iets sneller kunnen werken, maar geef mij maar deze smalle versie die eigenlijk bedoeld is voor het graven van sleuven ten behoeve van kabels of drainagebuizen. Bij het voorbereiden van een plek om een heester of boom aan te planten, is deze spade wat mij betreft onmisbaar.
Als je niet wilt spitten maar scheppen, dan gebruik je een schep. Om een hoeveelheid zand of grind te verplaatsen, een bigbag leeg te scheppen, een kruiwagen te vullen, heb je iets nodig met een komvormig, breed blad. Zand, grond, kiezels mogen niet van het blad afvallen en daarom is het noodzakelijk dat het blad een flinke hoek maakt met de steel. Dergelijke scheppen vind je in vele soorten en maten.
Voor specifiekere grondwerkzaamheden bestaan er ook specifiekere scheppen. Bij het voorbereiden van een zandbed voor bestrating is een echte `bats' een geweldig hulpmiddel. Jaren geleden heb ik van iemand een oude bats cadeau gekregen die werkelijk perfect is voor iemand van mijn lengte en bouw. De snede is recht, dus niet rond uitlopend en ook niet hol. Dat maakt dat je een zandbed gemakkelijk kunt vlakken, zowel duwend als `bovenhands' trekkend. De steel en de dul – de hals waarmee het blad vastzit aan de steel – zijn beide zo gebogen dat het blad egaliserend perfect horizontaal door het zandbed schuift wanneer ik de bats voor mij uit duw.
Als je met de hand een kuil wilt graven, bijvoorbeeld als plantgat voor een boom, dan vergt dat weer een ander specifiek model schep. Om voldoende grond uit de kuil omhoog te krijgen heb je iets nodig met een matig gebogen dul zodat de grond niet van het blad afglijdt. Maar de dul mag niet te sterk gebogen zijn. Je moet met het blad door zware grond kunnen steken en het is heel prettig als je daarbij af en toe met je voet wat extra kracht kunt zetten. Verder moet de steel extra lang zijn omdat je zelf aan de rand van de kuil hoger staat dan de plek waarin je graaft. Ik ben erg gelukkig met mijn extra lange schep met opstap en met een blad van `Drents model'. De randen van het `Drentse' blad zijn dun en vlak, waardoor de schep gemakkelijk door de grond heen snijdt.
Heb je dan vier verschillende scheppen nodig? Dat hangt ervan af wat je doet. Als tuinaanleg niet je dagelijks werk is, dan kom je met in ieder geval een goede (draineer)spade en eventueel een stevige (beton)schep al een heel eind.
Voor het aanplanten van kleine planten, zoals vaste planten en eenjarigen, is een handschepje onontbeerlijk. Die bestaan in vele vormen. Ieder heeft zo zijn eigen voorkeur. De goedkope schepjes van de bouwmarkt verbuigen meestal binnen de kortste keren. Aan de andere kant zijn er heel dure, prachtig uitziende, handgesmede schepjes op de markt waar ik niet mee overweg kan. Soms staat het blad te recht op de steel zodat je er geen grond mee naar boven kunt halen. En veel schepjes zijn mij te klein. Als je op je knieën zit te planten en je ontdekt dat de grond toch niet los genoeg is, dan wil je niet overeind komen om een zware spade te gaan halen. Ik gebruik daarom bij het planten op de grond het liefst een `handspade'. Je kunt er gemakkelijk een plantgat mee maken dat ruim voldoende groot is en zo nodig kun je er ook een verdwaalde kluit of wortel mee doorsteken.
De hark is een overbekend tuingereedschap. Heb je die werkelijk nodig? Meestal niet. Weer hangt het ervan af wat je precies wilt doen. Wil je grotere elementen zoals kiezels of wortels uit een laagje zand verwijderen of wil je zand of grind gelijkmatig over een groot oppervlak verdelen, dan vormt een stevige hark een uitermate nuttig attribuut. Kies dan voor een hark met een rechte bovenzijde zodat je je gereedschap ook `op zijn kop' nuttig kunt gebruiken. Maar heb je een tuin die al is aangelegd en heb je geen grind dat af en toe een beetje moet worden bijgeharkt, dan zou ik niet weten wat je met zo'n hark in je tuin zou kunnen doen.
Anders is het met een bladhark. Dat is een lichte, breed uitwaaierende hark met `vingers' van metaal, eventueel bekleed met kunststof, waarmee je blad, eikels, beukennootjes, denneappels en dergelijke van het gazon of de bestrating kunt vegen. Als je te veel blad te lang op het gazon laat liggen, dan krijgt het gras te weinig licht en zuurstof. Halfvergane bladeren kunnen een dichte bestrating spekglad maken. Het wegvegen van afgevallen bladeren is dus zeer nuttig maar voer de bladeren vooral niet af. Ze vormen het voedsel voor de planten en bomen, voor al het onmisbare bodemleven en ze bieden schuilplaats aan allerlei kleine zoogdieren en insecten.
Heb je een halfverharding in de tuin, zoals grind of schelpen? Ook dan is het belangrijk om af en toe afgevallen blad en zaden te verwijderen. Als het blad verteerd is dan vormt het resterende organische materiaal en uitstekende voedingsbodem om zaden van allerlei ongewenste planten, struiken en bomen te laten kiemen. Ook dan kan een bladhark redelijk dienstdoen maar handiger vind ik voor die specifieke situatie de alom verguisde bladblazer. Ja, ik weet het, zo'n ding maakt lawaai en het is wéér een apparaat waar grondstoffen, energie en transport voor nodig zijn. Ik begrijp ook de afkeer die mensen ervan hebben als je buren ziet die blad naar elkaars tuin staan te blazen of zo'n apparaat gebruiken om blad volledig uit de tuin te verwijderen. Het grootste voordeel van een bladblazer bij het schoonmaken van halfverharding is, dat je ermee ook de zaden van bijvoorbeeld esdoorn of de heel fijne zaden van de berk gemakkelijk kunt verwijderen. Een bladhark is daarvoor veel te grof. Een pincet te tijdrovend. Bij een kleine stadstuin ben je met dat bladblazen in een één of twee minuten klaar. En met die paar keer per jaar dat je hem nodig hebt kun je zo'n apparaat gemakkelijk delen met anderen in de buurt. Waarom zou ieder zijn eigen bladblazer willen hebben?
De schoffel is, net als de hark, zo'n klassiek stuk tuingeredschap waarvan het nut nogal eens wordt overschat. Er was eens een tijd waarin tuinlieden beweerden dat de grond tussen de planten zwart moest zijn. Nog steeds vind je in de regels van volkstuinverenigingen deze eis vaak terug. Maar met schoffelen beschadig je ook de wortels van de naburige planten die je juist behouden wilt. Bovendien tast je de structuur aan van de bovenlaag van de grond en het daar aanwezige bodemleven met als zijn nuttige schimmels en micro-organismen. Bovendien, hoe meer je schoffelt, hoe meer `onkruid' – d.w.z. ongewenste planten – je juist krijgt. Met het schoffelen komen immers zaden aan de oppervlakte die daar vervolgens onder invloed van licht tot kiemen komen. Als je op een verstandige manier aanplant, dan is de bodem vrijwel geheel met bedekt met de gewenste soorten. De noodzaak tot wieden is dan veel kleiner. Als je de ongewenste planten voorzichtig uit de grond trekt en de bodem daarbij zo min mogelijk verstoort, dan groeit de beplanting des te sneller dicht. Weer is er een uitzondering. Als je een groententuin hebt, dan kan het soms nuttig zijn om onkruid tussen de rijen te verwijderen of om de restanten van een oud groentenbed onder te werken. Daarvoor kan een schoffel nuttig zijn. In een moestuin wordt de grond immers sowieso regelmatig verstoord.
Naast de schoffel, in alle soorten en maten verkrijgbaar, is er de hak die je niet duwend maar trekkend gebruikt. Ook die is eigenlijk alleen voor moestuinders interessant. Als je een model neemt met een brede kop, dan kun je er een vore mee trekken. De gemiddelde tuinbezitter heeft er weinig aan.
Zoals een handschepje de kleine versie vormt van de schep, zo zijn er ook de kleinere versies van de schoffel en de hak. Een handhak of `boshak' met een breed blad zou je eventueel kunnen gebuiken om een plantgat te maken voor voor een klein plantje, vooral in stenige grond, al zou ik ook dan de voorkeur geven aan de eerdergenoemde handspade die veelzijdiger is in gebruik. Met de `schrepels', handhakjes in klein formaat, kan ik maar weinig uitrichten. Als de grond wat is `dichtgeslagen' en bedekt is met mos en algen of beginnend gras dan kan het nodig zijn om die grond lichtjes open te schrapen. In plaats van een (hand)schoffel, (hand)hak of schrepel gebruik ik daarvoor liever een tuinkrabbertje of cultivator in handformaat. Gehurkt of op je knieën kun je met zo'n klein dingetje gerichter kracht uitoefenen en zorgvuldiger werken dan met met vergelijkbaar gereedschap op een lange steel.
soeigereedschap
Dan het snoeigereedschap. De bekendste is natuurlijk de snoeischaar. Als je er een kiest van goede kwaliteit dan gaat die een leven lang mee. Kies er één die goed in de hand ligt. De beroemste, Zwiterse, fabrikant heeft speciale modellen voor linkshandigen en voor mensen met kleine handen. Tegenwoordig zijn er ook accusnoeischaren op de markt. Als je veel en langdurig snoeit dan maakt dat het werk echt veel lichter maar het zijn ook gevaarlijke apparaten. Als je maar af en toe snoeit en geen last hebt van reuma of artrose of iets dergeljks, dan zou ik kiezen voor het ouderwetse handwerk.
Voor het uiterst licht knipwerk gebruik ik het liefste een fruitschaar. Die zijn veel lichter in gebruik dan de een gewone soeischaar. Ze zijn vlijmscherp en heel geschikt om bloemstengels mee af te knippen, uitgebloeide bloemen, dode bladeren en kleine twijgjes te verwijderen of natuurlijk om fruit mee te plukken.
Voor het snoeien van takken is een snoeischaar al snel te klein. Dan is er de takkenschaar die vaak is voorzien van telescopisch uitschuifbare armen waardoor je aanzienljk meer kracht kunt zetten dan met een gewone snoeischaar. Er zijn modellen waarbij het snijdende blad in het midden van een soort aambeeld neerkomt. Bij het `snijden' wordt de tak dan flink geplet. Wat het voordeel van die modellen is, dat is mij nooit duidelijk geworden. Ik gebruik liever een werkelijk snijdend model, waarbij het dunne snijblad langs het dikkere steunende deel van de bek glijdt. Houd dat snijdende blad aan de zijde van de struik die behouden blijft en de brede kant aan de kant die je wegknipt, dan krijg je een scherpe snede en beschadig je de struik het minst.
Voor het zwaardere werk is een snoeizaag onmisbaar. Ik gebruik het meest een vrij klein en handzaam klapzaagje van Japanse makelij. Ingeklapt past het in een zak van werkjas of werkbroek. Het is licht, scherp, wendbaar. Je komt er gemakkelijk mee tussen takken door en ik heb er zelfs bomen van flink formaat mee omgezaagd. Voor amateurs raad ik het gebruik van motorkettingzagen af. Als je niet heel goed weet wat je doet en niet over de juiste beschermende uitrusting beschikt dan is het werken daarmee veel te gevaarlijk. Voor het snoeien van grote takken uit bomen bestaan er snoeizagen op telescopische stokken. Voor de meeste particulieren loont het niet om zoiets aan te schaffen.
Als je een kleine haag in de tuin hebt die je regelmatig bijsnoeit, dan voldoet een gewone heggenschaar meestal prima. Heb je lange hagen dan loont het om een elektrische heggeschaar op accu te gebruiken en voor het snoeien van hoge hagen heb je daarvan de langere versie nodig: de stokheggeschaar. Voor het kleine werk gebruik ik het liefst de handheggeschaar. Dat werkt lichter en nauwkeuriger.
